Bijengids |
geslacht: |
Metselbijen |
![]() Blauwe metselbij Osmia caerulescens © foto: dr. Andrej Gogala |
| Omschrijving: Het vrouwtje is herkenbaar aan de blauwe
metaalglanskleur (mannetjes meer groen) en de zwarte buikschuier. De vrij losse beharing van
het borststuk is grauwbruin, bij jonge mannetjes zelfs roodbruin, aan de onderkant zwart. De bandjes op het achterlijf zijn smal en
wit van kleur. Verschil tussen vrouwtje en mannetje is slechts onder de microscoop waar te nemen. Exemplaren
die in augustus vliegen, kunnen van een tweede generatie zijn. Deze bij is ook in het stedelijk gebied aan te treffen en nestelt in bestaande, bovengrondse holtes zoals stengels en in oude kevervraatgangen in oud hout, maar ook in nestblokken. Diametervoorkeur van de gangen is 4 tot 5 mm. Per nestgang een tot zeven nestcellen. Voor de scheidingswand tussen de broedcellen worden fijngekauwde bladstukjes gebruikt. Een vrouwtje kan tijdens haar leven 5 tot 10 nesten bouwen (afhankelijk van nestgelegenheid en het weer). Het succespercentage van nakomelingen ligt echter op 50%, mede veroorzaakt door nestparasieten. In Nederland een wijd verspreid voorkomen en vrij algemeen. Drachtplanten zijn vooral de vlinderbloemen (Gewone rolklaver) en lipbloemen (witte dovenetel). De vrouwtjes hebben verzamelharen aan de voorkant van de kop (zie het gele stuifmeel op de foto). |
|||

