|
Wil je bijen helpen?
Help dan mee aan een geschikt leefgebied. Zo'n leefgebied of biotoop voor wilde bijen moet voldoen aan twee zaken: voldoende nestgelegenheid en voldoende juiste voedselplanten. Voedselplanten of drachtplanten
leveren nectar en stuifmeel aan bijen. Gezien de vaak zeer specifieke relatie tussen bij en plant (er zijn bijen die een hele duidelijke voorkeur hebben voor maar één soort plant) is het duidelijk dat geschikte biotopen zeer kwetsbaar zijn.
Verdwijnt de plant, dan verdwijnt ook de bij.
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat afstand tussen plant en nestgelegenheid per solitaire bijensoort verschilt, waarbij er een correlatie is aangetoond
tussen de lengte van de bij en het vliegbereik. Van 16 onderzochte bijensoorten ligt de maximale afstand tussen de 150 en 600 meter (ter vergelijking voor sociale honingbijen geldt een foerageergebied van gemiddeld 3 kilometer). Vaker zal het leefgebied van wilde bijen slechts enkele tientallen meters zijn.
(Gathmann & Tscharntke)
Kleinschalige biotopen zijn dus voor solitaire bijen van levensbelang. Ze vliegen immers maar in een klein gebied. Verbindingen tussen deze
gebiedjes zijn nog belangrijker. Door deze verbindingen/gebiedjes ontstaat er een soort lappendeken (stepping stones) waardoor uitwisseling van individuen en dus genetisch materiaal mogelijk is (metapopulatie). Valt op één plek de populatie weg, dan is, wanneer de omstandigheden weer gunstig zijn, herintroductie op natuurlijke wijze mogelijk.
Grote gebieden met monoculturen zijn voor solitaire bijen niet interessant, om niet te schrijven: desastreus.
Je kan jouw tuin vrij eenvoudig ombouwen tot een geschikt biotoopje en daarmee een stukje van de lappendeken invullen. Je doet dat door de juiste insectenvriendelijke planten in jouw tuin te zetten. Met behulp van de gids ('drachtplanten') kan je zien welke planten geschikt zijn voor welke bijen (maar ook vlinders en fraaie zweefvliegen zullen je aankoop waarderen).
Bij aanschaf moet je erop letten om geen cultuurvariëteiten te kopen met dubbele, gevulde bloemen. Bij die bloemen is het nectar geven eruit geselecteerd en daarmee dus minder geschikt voor insecten. Koop met name planten die in ons land ook in de vrije natuur voorkomen.
Kies naast nectarplanten ook voor planten die veel stuifmeel leveren (zoals composieten). Zorg voor bloeiende planten gedurende het gehele seizoen.
Daarnaast kan je de mogelijkheden van nestgelegenheid verbeteren: houtblokken met voorgeboorde gaatjes van verschillende diameter of oude holle rietstengels ophangen. Maar besef dat slechts 15% van onze bijensoorten in 'bijenflats' leven. De meeste soorten nestelen in de grond. Wellicht kan je op een afgelegen hoekje met wat stenen
en wat zand/leem een muurtje of wandje voor bijen bouwen? Laat bij de bestrating van een paadje wat ruimte tussen de tegels of tussen de klinkertjes, soms hebben zandbijen maar aan een halve centimeter ruimte genoeg. Kortom er zijn voldoende manieren om bijen te helpen.
Let wel: solitaire bijen zijn niet gevaarlijk. Ze verdedigen niet hun nest en zullen niet op je limonade afkomen. Steken doen ze alleen wanneer ze in het nauw zitten, bijvoorbeeld als je ze zou knijpen, en dat zou jij toch ook doen (als je een angel had)?
Heb je een hommelnest in je tuin? Wees dan iets voorzichtiger. Pak ze niet vast want een hommelsteek doet pijn. Maar ook zij zullen je niet zomaar aanvallen. Boomhommels willen nog wel eens in een vogelnestkastje trekken, zie foto. Ook zij vinden verstoring niet leuk.
En verder? Geniet van al het insectenleven in je tuin, maak eens een digitale foto. Een goede foto geeft nog meer inzicht hoe mooi deze diertjes zijn.
Bijvoorbeeld deze foto: bijenfoto.
Huib Koel 2003-2013
Publicaties (pdf):
De honingbij sterft niet uit! Klik hier
Wilde bijen als bestuivers! Klik hier
Boommetselbij (Osmia parietina) Speciaal natuurbeheer voor bijen heeft succes! Klik hier
Een handige folder over bijen herkennen? Download de folder van de werkgroep! (klik hier)
Bijenradar online: Klik hier
|