Bijengids |
familie: soortnaam: species: familie: sub-familie: genus: nummer: vliegtijd: hoofdvliegtijd V: hoofdvliegtijd M: lengte V: lengte M: nestkeuze: bloembezoek: sociaal gedrag: presentie: aantal uurhokken: Rode lijst: trend: determinatie V: determinatie M: |
Behangersbijen Ruige behangersbij Megachile circumcincta (Kirby, 1802) Megachilidae Megachilinae Megachile 063004 begin mei t/m half september midden juni begin juni 11-13mm 11-13mm in de grond polylectisch solitair zeldzaam 37 bedreigd sterk afgenomen sleutel 4.1 sleutel 5.1 |
Ruige behangersbij Megachile circumcincta © foto: Tim Faasen |
| Omschrijving: Borststuk en rugplaten 1-3 (tergieten) zijn bij het vrouwtje bruingeel behaard. De tergieten 4-6 zijn vooral zwart. Het gezicht is donkerbruin. De buikschuier is grotendeels oranje. Bij het mannetje is het gezicht, het borststuk en de eerste drie rugplaten geelbruin. Net als bij de Grote bladsnijder is het eerste voetlid van de voorpoten ivoorwit gekleurd, twee keer langer dan breed. Verpreid voorkomen in Nederland: van hoge zandgronden tot in de kustduinen, ook op de waddeneilanden. De soort gaat sterk achteruit, de waarnemingen veelal van voor 1980. Nestelt in zelf gegraven nesten in de grond, waarbij opvalt dat deze dicht aan het oppervlak liggen (slechts 2 tot 3 cm diep). Amiet noemt ook bovengrondse holtes als nestplaats van de Ruige behangersbij die in Zwitserland al begin april te zien valt. Het is een polylectische soort. |
|||
