Bijengids | geslacht: |
Behangersbijen
|
Rotsbehangersbij Megachile pilidens © foto: Nico Vereecken ![]() |
| Omschrijving: Recent is deze behangersbij in 2010 aangetroffen op een veld in Zuid-Limburg
waar luzerne, Medicago sativa, als groenbemester verbouwd werd, ook stond er veel rode klaver, Trifolium pratense. (waarnemer: Ivo Raemakers). In 2005 en 2006 waren de eerste waarnemingen, toen ook op Gewone rolklaver. Het is een zuidelijke soort die vooral rond het Middellandse zeegebied voorkomt, en oprukt naar het noorden. De vooral in de kust- en riverduinen voorkomende Megachile leachella lijkt sprekend op deze behangersbij. De borst van het vrouwtje is lichtbruin/geel behaard, aan de onderkant wit. De rugplaten hebben eindbandjes, rugplaat 6 heeft aan de basis twee witte haarvlekken. Alle rugplaten zijn dicht gepunt, zonder glanzende tussenruimte (Tergiet 3 is dichter gepunt dan die bij M. leachella). De buikschuier is wit, met buikplaat zes zwart behaard. Dit behangersbijtje heeft een voorkeur voor vlinderbloemen en nestelt in holle ruimtes in de bodem, onder stenen of in de voegen van muren. Er zijn twee kegelbijen bekend als broedparasiet, waarvan de Schubhaarkegelbij (Coelioxys afra) één keer in Nederland is waargenomen. | |||

