Bijengids |
geslacht: |
Metselbijen |
![]() ![]() Boommetselbij Osmia parietina (v) ![]() Osmia parietina (m) |
| Omschrijving: Een in verhouding klein bijtje met een wit viltige achterpunt op de zwarte abdomen, ook de buikschuier is zwart. De randen van de rugplaten hebben opstaande witte wimperharen. Verder een vosbruin gekleurd borststuk (bovenzijde), aan de onder- en zijkanten
meer witte haren.
Verwarring met O. uncinata en met O. inermis (niet in Nederland) is mogelijk. Amiet geeft als duidelijk onderscheidend kenmerk de plaats van de ocelli t.o.v. de eindrand.
Bij O. parietina ligt deze dichter tegen de eindrand dan bij O. uncinata.
Het bijtje houdt van warmte. Oude kevergangen in dode dennenbomen op zonnige plekken, of holtes in muren op een beschutte plek, vormen geschikte nestelplaatsen. De boommetselbij verwerkt plantaardig materiaal bij de nestbouw. In 2010 is de Boommetselbij aangetroffen in de Amsterdamse waterleidingduinen, op een locatie waar zeven jaar eerder dennenbomen geringd zijn en de Gewone dennenboktor ook is aangetroffen. De afgelopen dertig jaar zijn er 7 waarnemingen geregistreerd (zie kaart). Voornaamste voedselplant lijkt Gewone rolklaver, maar de bij is ook op Slangenkruid en Paardenbloem gevonden. Dauwbraam en Hondsdraf zijn ook in het biotoop gevonden. Combinatie van oude dennenbomen, zon en rolklaver lijken essentieel. Een typische bij van de bosranden. In het Verenigd Koninkrijk heet deze bij "Wall mason bee", en men vermoedt daar nestplaatsen in stenige omgeving (limestone). In Duitsland heet deze bij "Waldrand-Mauerbiene", en die naam sluit meer aan bij onze boommetselbij. Lees ook het artikel (pdf) over de waarneming in 2010: Klik hier. |
|||





