|
geslacht: |
Tronkenbijen
|
Tronkenbij Heriades truncorum © foto: Bernhard Jacobi ![]() Tronkenbij © foto: Didier Roustide ![]() Tronkenbij © foto: Didier Roustide |
| Omschrijving: Overwegend kleine, zwarte dieren met lichte haarbandjes. Het cilindrische achterlichaam van het mannetje heeft kleine putjes. Het gezicht heeft wat vuilwitte beharing. De vrouwtjes hebben gele verzamelharen aan de onderkant van hun achterlijf. De Tronkenbij nestelt in oude kevergangen in oud hout, vaak een afgeknotte rest van een boom (tronk). Gaatjes van 3 a 4 mm zijn reeds voldoende. Nestgangen van vorig jaar worden na reiniging opnieuw gebruikt. Ook de rietstengels in rietdaken worden vaak als nestplaats gebruikt. Het wandje tussen de twee cellen wordt gemaakt van hars. In de eindprop worden in de hars ook stukjes zandkorreltjes of blad verwerkt. De Tronkenbij leeft circa een maand. Reproductie is niet hoog: circa 8 eitjes in het seizoen. De tronkenbij overwintert als pop. Drachtplant is de (vooral gele) composiet met voornamelijk buisbloempjes. Door met het achterlijf te bloem te bekloppen, verzamelen ze het stuifmeel tussen hun verzamelharen, deze typische manier van verzamelen is een goed veldkenmerk. De soort komt in het westen en noorden van het land minder voor dan in de andere delen van het land. Bloembezoek voornamelijk op Senecio spec. |
|||


