vorige geslacht wildebijen.nl volgende familie

dutch version verKennemerland.nl/Huib Koel
Volgende geslacht
Vorige geslacht

Dutch name:

species:


family:
sub-family:
genus:
number:
flying period:
main flying period F:
main flying period M:
Lengtt F:
Length M:

nesting place:
social behaviour:

presence:
number sq km:
Red list:
trend:

Tronkenbijen
Tronkenbij
Heriades truncorum
Linnaeus, 1758

Megachilidae
Megachilinae
Heriades
066001

june till september
mid july
begin july
7-8 mm
5-7 mm

nests in wood
no data

quite common
140
least concerned
stable


Tronkenbij

Tronkenbij
Heriades truncorum
© foto: Bernhard Jacobi

Tronkenbij

Tronkenbij
© foto: Didier Roustide

Tronkenbij

Tronkenbij
© foto: Didier Roustide

Tronkenbijnest 2013

Gesloten nest
© foto: Sonja Verhoeff (2013)

vliegkalender
Description:
Overwegend kleine, zwarte dieren met lichte haarbandjes, weinig behaard. Het cilindrische achterlichaam van het mannetje heeft kleine putjes. Het gezicht heeft wat vuilwitte beharing. De vrouwtjes hebben gele verzamelharen aan de onderkant van hun achterlijf. Verwarring is mogelijk met tubebijen of klokjesbijen.

De Tronkenbij nestelt in oude kevergangen in oud hout, vaak een afgeknotte rest van een boom (tronk), maar ook in andere kiertjes. Nestelt ook in houtblokken of in stengels van rietdaken. Gaatjes van 3 à 4 mm zijn reeds voldoende. Nestgangen van vorig jaar worden na reiniging opnieuw gebruikt. Het wandje tussen de twee cellen wordt gemaakt van hars, kieren in de zijkant worden met ook hars dichtgemetseld. In de eindprop worden in de hars ook zandkorreltjes of stukjes blad verwerkt. De hars wordt gehaald van dennenbomen of van boomknoppen.

De Tronkenbij leeft circa een maand. Reproductie is niet hoog: circa 8 eitjes in het seizoen. De tronkenbij overwintert als prepop. Drachtplant is de (vooral gele) composiet met voornamelijk buisbloempjes. Door met het achterlijf te bloem te bekloppen, verzamelen ze het stuifmeel tussen hun verzamelharen, deze typische manier van verzamelen is een goed veldkenmerk. Roof van stuifmeelpollen uit of het geheel overnemen van andere nesten van dezelfde soort is waargenomen. Voor het bevoorraden van één broedcel zijn ongeveer 34 vluchten nodig. In één broedcel zijn meerdere soorten stuifmeelpollen aangetroffen.

De soort komt in het westen en noorden van het land minder voor dan in de andere delen van het land.

Lees meer over de waarneming van Sonja Verhoeff Klik hier.

juli 2013

  gezien op planten: Composieten
Jacobskruiskruid
Boerenwormkruid
Goudsbloem
Heelblaadjes
Alant
Gele kamille
Margriet spp.
Meisjesogen
Asteraceae
Sececio jacobaea
Tanacetum vulgare
..
Pulicaria dysenterica
Inula ensifolia
Anthemis tinctoria
Leucanthemum sp.
Coreopsis verticillata
  parasiet: Gewone tubebij
Kleine tubebij
Kleine knotswesp
Stelis breviuscula
Stelis minuta
Sapygina decemguttata

© verKennemerland.nl/Huib Koel, 2003-2021 Uitleg en gebruikte bronnen